Echte meeldauw is een veelvoorkomende schimmelaantasting die door enkele verwante schimmelsoorten veroorzaakt wordt. Een kleine aantasting op een verder gezonde plant is vaak niet erg, maar toch kan je een aantasting beter voorkomen dan genezen.

Hoe herken je het?

Op de bovenkant van de bladeren ontstaan witte, wollige vlekjes. Bij warm en vochtig weer geraakt het blad snel met een meelachtig laagje overdekt. De schimmel trekt het vocht uit de bladeren, waardoor het blad bruin kleurt en verdroogt.

Hoe ontstaat het en verspreidt het?

Meeldauw ontstaat vooral bij warm weer, nadat het vochtig geweest is (door regen of door begieten). Meeldauw verspreidt zich op en tussen planten via de sporen die door de wind en dieren verspreid worden. De schimmel overwintert op afgestorven plantendelen.

Wat kun je doen?

Preventief (voorkomend):

  • Standplaats: verzeker je ervan dat de plant op een voor haar geschikte plaats staat. De voorkeuren van veel planten vind je in onze plantenzoeker. Staat de plant niet op de geschikte plaats, dan kun je hem beter vervangen door eentje die daar wel goed zal gedijen.
  • Soortkeuze: sommige planten zijn gevoeliger voor meeldauw dan andere en ontsnappen er nauwelijks aan. Soorten uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae) krijgen bijvoorbeeld gemakkelijk te maken met meeldauw (bv. gevlekt longkruid, vergeet-me-nietje, bernagie, smeerwortel), maar ook kamperfoelie en bepaalde rozen.
  • Luchtcirculatie: zet meeldauwgevoelige planten op een luchtige plek zodat bladeren sneller kunnen opdrogen na regen. Een plant in een hoek of naast een windluwe schutting kan gemakkelijker last krijgen van schimmelaantastingen. Een te dichte beplanting kun je wat luchtiger snoeien.
  • Niet bemesten: bemesting zorgt voor een overdaad aan stikstof en dat geeft groter maar zwakker blad. Hou het bij een natuurlijke strooisellaag van afgevallen bladeren en snoeiresten die ter plekke door het bodemleven afgebroken worden.
  • Water: geef bij aanhoudend droog weer enkel aan de voet water, nooit op de bladeren. Sierplanten in volle grond geef je best geen water, hun wortels moeten er zelf naar op zoek gaan. Jonge aanplant van houtige gewassen kan je wel door hun eerste droge lente of zomer helpen door af en toe een grotere hoeveelheid water te geven (beter 1x per week dan iedere dag een beetje)
  • Plantenaftreksels: die kun je eenvoudig zelf maken. Vooral heermoes zou goed werken. Handleidingen en tips vind je hier (https://www.velt.nu/plantenaftreksels): Bij regelmatig gebruik helpen aftreksels om een aantasting te voorkomen, maar ze kunnen ook helpen een lichte aantasting te bestrijden of af te remmen.

Curatief (behandelend):

  • Plantenaftreksels: zie hierboven
  • Biologische bestrijdingsmiddelen uit de handel: deze zijn vaak gebaseerd op de extracten van de planten waarvan je hierboven de handleiding vindt om zelf aftreksels te maken. Spuitzwavel staat ook bij de biologische middelen, maar dit is in de siertuin/ecotuin af te raden omdat het behalve voor schimmels ook schadelijk is voor nuttige helpers in je tuin zoals sluipwespen, bepaalde roofwantsen, zweefvliegen, lieveheersbeestjes en gaasvliegen.
  • Aangetaste delen: verwijder (snijden, niet trekken) aangetaste bladeren en twijgen en composteer ze in een goed werkende (hete) composthoop of geef ze mee met de groenophaling. Hoewel een kleine aantasting niet erg hoeft te zijn, doe je dit beter vanaf een vroeg stadium om verdere verspreiding af te remmen.