Een gezonde, luchtige bodem, dat is wat je bodemleven en je groenten nodig hebben. Eén hulpmiddel daarbij is een goede woelvork. Tussen maart 2019 en januari 2020 heeft Velt negen types uitgetest.

Maar waarom zou je woelen en niet spitten? Onze moestuinexpert Lieven David somt drie redenen op:

  1. Woelen is gewoonweg beter voor je grond: zo laat je de bodem in zijn natuurlijke gelaagdheid. Aëroob blijft bovenaan, anaëroob onderaan.
  2. Ook is woelen gemakkelijker en sneller. Gemiddeld kun je er zo’n 100 m² per uur mee bewerken.
  3. Woelen is ergonomischer dan spitten, wat ook niet te onderschatten valt. Je lichaam blijft nog altijd je belangrijkste tuingereedschap.

Rechte rug

Om je lichaam tijdens een ‘woelbeurt’ niet te belasten, is het goed om te weten hoe je een woelvork juist moet gebruiken:

  1. Op +/- 5 cm voor de helft van het bed zet je de tanden op de grond.
  2. Strek de armen zodat de tanden praktisch verticaal komen te staan.
  3. Stap met één voet op de onderste verbindingsbalk. Zelf aanvoelen hoe diep je kan gaan op (te) harde grond (zonodig eventueel in 2 of 3 maal op volle diepte gaan).
  4. Trek de handvatten achteruit, zodat de tanden de bodem oplichten, openbreken of losmaken.
  5. Daarna sleep je (is minder vermoeiend) de spitvork 10 tot 15 cm achteruit en je herhaalt de vorige stappen (2 tem 5) . Na 4 – 6 maal ben je zo aan de rand van het bed/pad.
  6. Hef nu een éérste maal de spitvork op en plaats ze naast de vorige startplaats tot deze helft van het perceel afgewerkt is. Daarna op het andere pad de tweede helft afwerken.
  7. Belangrijk: zorg dat je met een rechte rug ‘woelt’. Sommige tuiniers schudden heen en weer met de woelvork, maar dat is niet goed voor je rug en je gewrichten. Langzaam schommelen is minder belastend, indien nodig...
  8. Succes!

Dé test

Om je lichaam niet te veel te belasten moet je, behalve de manier waarop je je woelvork gebruikt, ook kijken naar de woelvork zelf. Een van de factoren waarmee je het best rekening houdt, is het gewicht van de vork. Zo komt uit onze steekproef dat vrouwen een lagere en lichtere verkiezen dan mannen. Ook in het algemeen bleek licht (en stevig) beter te scoren dan zwaar (en stevig).

In het totaal zijn er ongeveer twintig woelvorken op de markt, en er komen jaarlijks nieuwe modellen uit. Bij de test hebben we – met dank aan enkele fabrikanten - negen woelvorken onder de loep genomen. Van elk van hen kregen we hun best verkopende model. De meeste hebben vijf tanden en/of een werkbreedte van 50 cm. Onderstaande tabel vat onze bevindingen samen.
 

Ben je benieuwd naar de details? Klik dan hier.

Fabrikant, model

Belangrijkste kenmerken

Grootste plus- of werkpunt

Top twee?

Biogroei, woelvork

5 platte tanden

Heel stevig; goed om klassieke spitters te overtuigen

Nee

Biogroei, woelvork met verkruimelaar

5 platte tanden, met 4 mobiele ronde tegentanden ertussen

Zwaar; goed om klassieke spitters te overtuigen

Tweede in één groep

De Pypere, Ergo Woelvork

5 tanden, 1,2 kg

Heel praktisch voor kleine bedden/tuiniers

Beste in één groep

De Wit, Grelinette

5 tanden, 1,2 kg

Heel praktisch voor kleine bedden/tuiniers

Beste in één groep

De Wit, Grelinette XL

4 platte tanden, heel hoog en zwaar

Voor heel grote en gespierde tuiniers

Nee

Armenko/Ducoterre, woelvork

4 ronde tanden, houten handvatten,

Licht en handig. Je pakt de handvatten op elke gewenste hoogte vast

Beste in twee groepen, tweede in een één groep

Cecotec, Guérilu

5 ronde tanden, gegalvaniseerd staal

Licht en handig, vlotte hefboomwerking

Beste in drie groepen

Huize Boskante, Roebuck

7 platte tanden, verzinkt staal

We missen een goede voetsteun

Nee

Roger Haeck

10 tanden in 2 rijen, 7,2 kg

Heel zwaar en robuust

Beste in één groep , tweede in één groep

Onderdelen

Zoals je kunt zien, verschillen al de woelvorken licht van elkaar. Zo zijn ze op een andere manier opgebouwd. ‘Een belangrijk verschil zijn bijvoorbeeld de tanden’, aldus Lieven. ‘Er zijn platte en ronde tanden.’ Dat heeft zo zijn voor- en nadelen. Het pluspunt aan platte tanden is dat ze vlotter in de grond gaan en amper buigen. Tuiniers ervaren platte tanden wel als gevaarlijker. Ook snijden platte tanden in de grond meer dan dat ze grond verplaatsen.

 

Daarnaast bestaan sommige woelvorken uit gelakt staal en andere dan weer uit gegalvaniseerd staal. ‘De keuze gaat dan meestal naar gegalvaniseerd’, vertelt Lieven. ‘De reden is dat bij het gelakt staal de laklaag afslijt.’ Voorts verschilt het materiaal waaruit de handvatten zijn gemaakt. Die zijn ofwel van hout, metaal of rubber. Elk heeft zo zijn nut. Hout is warm en vervangbaar. Metaal is koud, maar wel het stevigste. En rubber is warm en vervangbaar, maar heeft dan weer meer last van slijtage. ‘Ook is er bij de ene woelvork een voetsteun en bij de andere niet’, aldus Lieven. ‘De vorken met voetsteun zijn makkelijker in gebruik.’

Winnaars

Elke woelvork bestaat dus uit verschillende materialen en is op een andere manier opgebouwd. De ene werkt dan ook beter dan de andere. Zoals je uit de tabel kunt opmaken, zijn er meerdere die het bij onze test goed hebben gedaan. Er zijn namelijk vier woelvorken die telkens door één groep het beste werden bevonden. Dat zijn de Ducoterre, de Roger Haeck, de Pypere-Ergo woelvork en de Wit Grelinette.

Maar de absolute topper is de Cecotec Guérilu. In maar liefst drie groepen werd die uitgeroepen tot de nummer één. Ook volgens Lieven is het een echte aanrader. ‘Deze woelvork is duidelijk ontworpen en gemaakt door een ambachtsman’, zegt hij.

Wanneer Lieven zelf zijn Guérilu gebruikt? ‘Voor een paar bedjes waar de grond nog niet mooi rul is, en waar ik per se fijne worteltjes of schorseneren wil zaaien. Een paar jaar geleden overstroomde een deel van onze samentuin. Er bleef een ondoordringbare laag achter, op 20 cm diepte. Ook daar levert de woelvork goed werk. Maar vooral: tien keer per jaar tijdens voordrachten, om spitters het betere instrument te leren kennen’, lacht hij.

Tot slot wil Lieven nog kwijt dat het helemaal niet nodig is dat iedereen zijn of haar eigen woelvork heeft. ‘Een woelvork is duurzaam tuingereedschap én een mooi cadeau. Bovendien hebt die woelvork maar één keer per jaar nodig, en met de jaren steeds minder. Leen dus eens een woelvork aan of van een bevriende tuinier. Of koop een woelvork voor jouw groep tuiniers: zo doen samentuiniers dat al jaren.’


Voor meer informatie over het gebruik van een woelvork, kijk hier.