De meeste uitheemse plantensoorten vormen helemaal geen probleem. Sommige kunnen zich niet permanent vestigen, andere kunnen dat wel, maar worden geen plaag. Er zijn echter een aantal soorten die zo enthousiast uitbreiden, dat ze ecologische of economische schade berokkenen. In dat geval spreken we van invasieve exoten. De Japanse duizendknoop is er zo eentje.

Uitbreiding via wortelstokken

De Japanse duizendknoop (Fallopia japanonica) is een plant uit de duizendknoopfamilie. Zijn oorsprong ligt in Japan, China en Korea. Het gaat om een vaste plant met diepe wortels en lange, holle stengels. De gestreepte stengels kunnen 3 m lang worden en vormen overal blad. In de winter sterft de plant bovengronds af. In maart en april schieten de stengels relatief snel op uit de grond.

De Japanse duizendknoop vormt zijtakken en in augustus, september en oktober komen er witte of witroze bloemen aan. De plant vormt stevige wortelstokken die breed en diep gaan. Dit is meteen de manier waarop hij uitbreidt. De wortelstokken zijn verhout en binnenin geeloranje. Ze kunnen lokaal grote, dichte klompen vormen: de kronen.

De wortelstokken zijn verantwoordelijk voor de felle uitbreiding. Een klein stukje met een oog kan een nieuwe plant vormen. De wortelstokken en kronen kunnen een lange ongunstige tijd overleven, wachtend op een nieuwe kans, en dan weer opkomen. De plant groeit op voedselrijke vochtige bodem, bijvoorbeeld langs beken en op rivieroevers. Het liefst in de zon, maar lichte schaduw verdraagt hij ook. Hij kan de inheemse vegetatie verdringen.

Hoe pak je het aan?

  • Haal de bovengrondse delen weg
  • Graaf de oppervlakkige wortelstokken en kronen uit.
  • Laat de diepere wortelstokken zitten en put ze uit. Dat doe je door de nieuwe scheuten pas uit te stekken als ze minstens een lengte van 40 cm hebben, niet eerder. Zo vermijd de typische vluchtreflex van de plant.

Begin met deze werkwijze zodra je merkt dat je een besmetting met Japanse duizendknoop hebt in de tuin. Hoe langer je wacht, hoe steviger de kroon en de wortelstokken worden. Je moet dit jaar na jaar volhouden tot je geen duizendknoop meer ziet uitkomen. Het eerste jaar is dat een hoop werk, daarna vermindert de hoeveelheid werk drastisch. De uitgegraven kronen kun je in het kippenhok leggen. Ze zullen nog nieuwe scheuten geven waar de kippen dol op zijn. Controleer wel of de kroon niet verankert in de bodem. Verleg hem regelmatig.

Hoe kun je nog helpen?

Terreinbeheerders doen veel moeite om de plant onder controle te krijgen. Je kunt hen helpen door je te registreren op waarnemingen.be/exoten of op waarneming.nl en vervolgens nieuwe vegetaties mee in kaart te brengen. Gedetailleerde informatie vind je op