Linder van den Heerik is, samen met Velt-medewerkster Greet Tijskens, auteur van het boek Permacultuur: Van appelboom tot zeekool. Hij is al jaren gebeten door permacultuur en gaat uit van de basisprincipes: zorg voor de aarde, zorg voor de mens, deel in de overvloed. We voelden hem aan de tand over zijn passie.

Hoe kwam je met permacultuur in contact?

‘Ik studeerde rechten en journalistiek en was actief bij verschillende actiegroepen. Zo raakte ik betrokken bij de organisatie van protesten rond milieuthema’s, mensenrechten en landbouw. Ik zat dus al in het groene wereldje. Dankzij een lezing van Taco Blom ontdekte ik permacultuur. Dat klikte meteen, want permacultuur leek verbindende, duurzame oplossingen te bieden voor allerlei problemen rond milieu, voedselproductie en klimaatopwarming waar we zo lang actie rond gevoerd hebben: fossielebrandstoffengebruik, voedselsoevereiniteit, pesticidegebruik, biodiversiteitsverlies en sociale verdeling.'

'Na een aantal trainingen en stages ging ik zelf aan de slag om permacultuurcursussen te geven en vier jaar geleden richtte ik samen met Alex Schreiner tuinderij De Voedselketen op, een bedrijf dat klanten van groentepakketten voorziet.’

Hoe beïnvloedt permacultuur je leven?

‘In permacultuur draait veel om ethische afwegingen maken, omgaan met dilemma’s en compromissen sluiten. Het komt aan bod in hoe je je tuin ontwerpt, maar ook hoe je je leven indeelt. In de tuinderij nemen we graag de tijd om nieuwe methodes of materialen uit te testen, zodat we juist kunnen afwegen of het voor ons bruikbaar is. Een andere insteek van permacultuur is de combinatie van functies, opdat je een sterker geheel krijgt. Alex en ik hebben heel verschillende sterktes, dus door samen te werken, geraken we ver.'

'Een cursus organiseren we samen, maar ik geef de les en zij zorgt voor de voorbereidingen en alles errond. In de tuinderij verzorgt zij de eenjarigen en ik de vaste planten, bomen en struiken. Met de cursisten die de jaaropleiding permacultuur volgen, werken we nauw samen. En ook met de klanten van de tuinderij proberen we een goede band op te bouwen. Dat geeft ons niet alleen de zekerheid van een trouw klantenbestand, ook de klant voelt zich beter als hij de mensen achter de zaak kent.’

Wat vind je moeilijk?

‘De opstart van een permacultuursysteem kost veel tijd. Je moet eerst zelf heel wat kennis opdoen en de grond leren kennen, dan moet je opbouwen, voorbereiden, infrastructuur bijbouwen en routines ontwikkelen. Pas vanaf het derde jaar begint het vlotter te lopen. Toch leert de ervaring me dat het loont om een ontwerp goed voor te bereiden, want dat kun je achteraf nog maar moeilijk aanpassen.’


Linders favoriete plant


Zowel een klassiek voorbeeld, als mijn persoonlijke favoriet: de smeerwortel. Het is een mooie, sterke plant die in bloei veel bestuivers lokt. Met zijn lange wortels breekt hij door diepe lagen en brengt hij voedingsstoffen naar het oppervlak. Hij is daardoor een ideale plant om te composteren, om direct als mulch tussen planten te leggen of zelfs om te verwerken in zalfjes.

Een cultivar van de Russische smeerwortel (Symphytum x uplandicum ‘Bocking 14’) is populair omwille van zijn grote blad en sterke groei, waardoor je de bladeren onder ideale omstandigheden tot twaalf keer per jaar kunt oogsten. Bovendien is hij steriel en zaait hij dus niet uit.

Voor schaduwrijke plaatsen zou ik weleerder onze inheemse smeerwortel (Symphytum officinale) kiezen, omdat die iets beter doorgroeit en de schaduw haar uitbreiding afremt.


Waarom schreef je mee aan het permacultuurboek van Velt?

‘Ik probeer zo veel mogelijk over permacultuur te communiceren. Dat gebeurt tijdens cursussen, maar ook door contact met boeren, hoveniers, maatschappelijke organisaties en klanten voor wie ik tuinen ontwerp. Zo verspreid ik ideeën en kennis. Met het boek Permacultuur: Van appelboom tot zeekool hoop ik dat kennisnetwerk nog groter te maken.’
 


Klik hier om het Velt-boek Permacultuur: Van appelboom tot zeekool te bestellen voor slechts € 25 (als Velt-lid, of € 30 als niet-Velt-lid). Je kunt het boek ook bestellen bij een plaatselijke Velt-afdeling.


 

 

 

(C) Foto's: François De Heel en Pixabay