Van een gemeenschappelijke moestuin wordt soms veel verwacht: dat heel de buurt meedoet, dat er mensen van verschillende culturele en socio-economische achtergronden op af komen, dat mensen er vrienden maken en een hechte groep vormen die vredig samen beslissingen neemt.

Aan de hand van verhalen en getuigenissen nuanceert Van den Bossche dat beeld. Ze ging nader in op de menselijke relaties en het sociale weefsel, in de tuin en met de omgeving. Ze ging hiervoor in gesprek met vier Belgische organisaties: Velt, Le Début des Haricots, het Collectief ipé en le Réseau des Consommateurs Responsables (RCR), Zij hebben jarenlange ervaring met het begeleiden van groepen in collectieve moestuinen. Zij helpen burgergroepen met de opstart en de opvolging van de moestuinen, in de verschillende gewesten van België.

 

Over de buurt

“Je moet aanvaarden dat de moestuin zijn eigen leven leidt en beantwoordt aan de noden van zijn wijk” zegt Anissa Ouertani (RCR). “Ik heb de indruk dat een moestuin een wijk verbindt wanneer hij bijvoorbeeld ook kan worden gebruikt om een groot feest te organiseren.”

 

Over diversiteit

“De deelnemers zeiden: “In de moestuin ben ik geen racist, maar daarbuiten …”. Ergens brengt de tuin dus uitwisselingen tot stand die er elders niet komen” vertelt Sophie Dawance (Collectif ipé). “Over het algemeen stellen we vast dat de socioculturele mix niet zo evident is. Het gaat nochtans om ontmoetingsplaatsen die openstaan voor iedereen” zegt Aline Dehasse (Le Début des Haricots).

 

Over groepsvorming

Het loont om aandacht te schenken aan groepsvorming van bij het begin want al heel snel wordt het leiderschap in de groep op de proef gesteld. Wanneer sommige mensen in een groep macht naar zich toe trekken, ontstaan er spanningen. Die kan je aanwenden om een groep in beweging te zetten en te doen evolueren. Uit de interviews komt duidelijk naar voor dat begeleiding bij de groepsvorming, en participatie van de buurt zelf doorslaggevend zijn voor het slagen van een collectieve moestuin. 

 

7 aanbevelingen

In de publicatie worden uit de ervaringen ook zeven aanbevelingen gedistilleerd voor wie met een gemeenschappelijke moestuin de sociale cohesie wil versterken.

  1. Ken je doelpubliek: de omkadering voor kwetsbare groepen is volledig anders dan voor burgercollectieven.
  2. Stimuleer inspraak: de duurzaamheid van een collectieve moestuin is rechtstreeks verbonden met hoe actief mensen eraan deelnemen
  3. Eerst de groenten, dan de rest: niet elke groep is gemotiveerd om de sociale cohesie van hun buurt erop vooruit te doen gaan. Dat lukt enkel wanneer de beweging van binnenuit wordt gestart.
  4. Geen plaats voor ego’s: ondersteunend leiderschap werkt het best in collectieve moestuinen.
  5. Sta open voor verandering: bedreigingen van buitenaf of impasses worden beter aangepakt wanneer de groep positief staat tegenover verandering.
  6. De indeling maakt een verschil: collectieve of individuele percelen? Het blijkt een belangrijk aandachtspunt te zijn voor elke groep.
  7. Verwacht geen diversiteitsmirakel: Mensen nemen deel omdat ze de waarden van andere tuiniers delen of omdat ze op andere deelnemers lijken. Om een opstap te maken naar diversiteit is duidelijke communicatie of het samenwerken met andere organisaties nodig.

Download de publicatie “Sociale dynamieken in collectieve moestuinen: Ervaringen uit Brussel, Vlaanderen en Wallonië”