Hoewel sommige insecten een slechte naam hebben, vormen ze een essentieel onderdeel van de tuin. Gelukkig kun je in je eigen tuin een steentje bijdragen aan het oplossen van deze problemen: goed bodembeheer, vaste planten en wateropvang zorgen ervoor dat je tuin minder last van droogte en extreme neerslag heeft. Door van je tuin een kleine enclave te maken voor vogels en insecten draag je dan weer bij aan meer biodiverstiteit.

Volwassen ecosysteem

Net als bij planten vind je onder insecten en andere dieren pioniers en soorten die een meer gevestigd systeem nodig hebben. Veel van onze plagen vinden we in de pioniersfase. Het gaat dan om diertjes die goed gedijen bij een verstoord ecosysteem. Ze overleven vaak door zich massaal voort te planten en dankzij het ontbreken van andere soorten. Dat komt doordat ze kunnen overleven in omstandigheden die voor andere soorten ongunstig zijn en ze daardoor niet de competitie met die andere soorten hoeven aan te gaan.

De oplossing voor het probleem van plagen in de tuin? Door een meer volwassen ecosysteem na te bootsen, krijg je meer biodiversiteit en hebben plagen minder kans om een probleem te vormen. Naast de plagen heb je dan immers ook de roofinsecten die ze opeten. Er is in zo’n volwassen ecosysteem ook simpelweg minder ruimte voor de plagen, want ze moeten opeens de strijd aangaan met andere soorten wat betreft eten en leefruimte.

In mijn eigen tuin heb ik vooral vaste planten. De focus ligt daarom op vaste, eetbare planten zoals fruit en kruiden, en daarnaast ondersteunende planten voor vogels en insecten. Op de tuinderij zorg ik, naast de eenjarigen, voor voldoende biodiversiteit door de aanleg van twee houtwallen (een baan van lage bomen en struiken), een takkenril en vaste kruiden tussen de fruitbomen. Wil jij in je tuin ook aan natuurlijk plaagbeheer doen? Dan heb ik drie klussen voor je.
 

Klus 1: Maak een takkenril

  • Gemakkelijk aan te leggen. Het zorgt voor onderdak en eten voor insecten en vogels.
  • Je kunt het houtige organische materiaal kwijt dat niet op de composthoop kan.
  • Aanleg is simpel: zet twee rijen van palen parallel aan elkaar op de plek waar de takkenril moet komen. De ruimte ertussen vul je op met takken en ander houtig materiaal.
  • De breedte van de takkenril is afhankelijk van de grootte van je tuin, maar het mooiste is twee kattenpootjes breed.

Klus 2: Houd een bloeikalender bij

  • Een goede hulp bij het insectvriendelijk maken van je tuin.
  • Na twee jaar observatie heb ik een goed zicht op de planten die in de tuin opkomen en wanneer ze bloeien.
  • In de kalender noteer ik welke soorten in welke maanden bloeien. Zo zie ik waar er nog gaten vallen en dan bepaal ik welke planten ik nog wil toevoegen.

Klus 3: Doe niets

  • Als een plaag zich aandient en schade aanricht aan je groenten, is het erg moeilijk om niet meteen in te grijpen. Denk bijvoorbeeld aan bladluizen: ze komen vroeg in het jaar op gang en kunnen zich dan heel snel ontwikkelen. Het liefste grijp je direct in om je groenten te beschermen. Toch is niets doen in dit geval de beste tactiek.
  • Bladluizen worden gegeten door lieveheersbeestjes, met name de jonge lieveheersbeestjeslarven kunnen grote hoeveelheden wegwerken. Door de luizen te bestrijden, houd je vast aan de pioniersfase. Is er geen eten voor lieveheersbeestjes, dan zullen ze zich niet in je tuin vestigen en worden de luizen een terugkerend probleem.
  • Er is nog een reden om even niets te doen in het geval van een plaag. Planten hebben een eigen afweersysteem tegen plaagdieren. Door te wachten met ingrijpen, geef je hun de kans hun werk te laten doen.