Even dachten we dat we een winter gingen overslaan, maar deze lijkt nu toch echt aangebroken. Is dat slecht nieuws? Helemaal niet, want zelfs in de winter kun je aan de slag met kiem- en microgroenten in de keuken. Het experimenteren waard? Absoluut!

Kiemen: wat heb je nodig?

Met enkele theelepels zaden, een bokaal, gaasdoekje, elastiekje en voldoende water kun je in amper een week smaakvolle en verse kiemen kweken. Niet alleen lekker, maar ook nog eens gezond. Want deze kiemen zitten boordevol vitaminen én mineralen.

Welke zaden kies je best?

Een gouden tip: probeer eerst met makkelijke en goedkope zaden zoals alfalfa (luzerne), mungboontjes, fenegriek of quinoa (foto hieronder). Veel van deze zaden vind je in de plaatselijke biowinkel. Let wel op de houdbaarheidsdatum, want hoe verser hoe groter het kiempercentage.

Als dit goed lukt, dan kun je proberen met iets moeilijkere of duurdere zaden zoals broccoli, prei of radijs. Deze worden in speciale verpakkingen verkocht als kiemgroente.

Leef je vooral uit en experimenteer met verschillende groentesoorten. Behalve met zaden van aubergine, tomaat en paprika, omdat de kiemen hiervan giftig zijn. Tuinkers is dan weer een uitzondering die je beter als microgroente opkweekt.

Hoe begin je eraan?

Doe enkele koffielepels in een bokaal, doe er water op en laat de zaden een nachtje weken. Vergeet niet om er met een elastiekje een gaasje over te spannen. 's Ochtends en 's avonds spoel je krachtig met water en tussendoor laat je de bokaal omgekeerd uitlekken.

Quinoa kiemt bijzonder snel, prei gaat dan weer wat langzamer. Peulvruchten zoals soja en mungboon zet je in het donker, anders zullen de kiemen bitter smaken.

Watergebruik: enkele aandachtspunten

Vanuit ecologische bekommernis is het waterverbruik natuurlijk een aandachtspunt. Twee maal per dag spoelen is noodzakelijk. Dat kan ook met regenwater, maar de laatste spoelbeurt voor je de kiemen gebruikt, schakel je over op leidingwater. Het week- en spoelwater kun je wel gebruiken als gietwater voor kamerplanten. Zo recupereer je ook alle mineralen uit de zaden.


En wat met microgroenten?

Microgroenten moet je letterlijk nemen. We zaaien ze in een minituintje in schaaltjes of bakjes op een beetje potgrond, watten of een papiertje, of bijvoorbeeld een stukje jute dat je regelmatig nathoudt.

Net zoals in de tuin heb je licht nodig, maar de kleine plantjes houd je best uit direct zonlicht. Je kunt met heel wat soorten experimenteren, en vooral met bladgroenten als amarant, rucola en tuinkers.

Kiemen eten we met zaad en al op. Microgroenten daarentegen oogsten we net als andere groenten door ze boven de wortelhals af te knippen. Veel tuinplezier en vooral: smakelijk!


(C) Foto's: Frank Petit-Jean